
Stedelijk Museum Kampen x Kunstsokken
Twee kunstenaars. Één stad. 270 jaar tussen hen in.
Het is de winter van 1608. De kanalen zijn dichtgevroren. De Waddenzee ook, deels. Langs de IJssel staat een drieëntwintigjarige man te kijken. Hij kan niet spreken. Zijn tijdgenoten noemen hem de Stomme van Kampen. Maar hij tekent alles.
Ruim twee eeuwen later komt op datzelfde stukje Nederland een boerenzoon ter wereld. Later schildert hij de uiterwaarden, de koeien, de brede luchten boven het water. Hij verlaat ze zijn hele leven nauwelijks meer.
Hendrick Avercamp en Jan Voerman sr. kenden elkaar niet. Ze deelden geen tijd, geen gesprekken, geen atelier. Maar ze deelden dezelfde stad, hetzelfde water en dezelfde liefde voor wat er om hen heen was.
Nu, in samenwerking met het Stedelijk Museum Kampen, brengen we hun werk samen in een eenmalige museumcollectie.

Hendrick Avercamp: Winterlandschap met schaatsers
De winter van vier eeuwen geleden
In 1608 was de winter zo streng dat zelfs delen van de Waddenzee dichtvroren. Avercamp, drieëntwintig jaar oud en door zijn tijdgenoten 'de Stomme van Kampen' genoemd, stond aan de kant en tekende alles wat hij zag: schaatsers, kooplieden en kinderen, arm en rijk door elkaar op het ijs. Hij was de eerste Nederlandse kunstenaar die zich specialiseerde in winterlandschappen. Wat hij niet in woorden kon uitdrukken, zette hij om in schilderijen.

Jan Voerman: Rustend IJsselvee
Het IJsselland, zoals hij het zag
Voerman werd in 1857 geboren in Kampen als zoon van een koeboer. Koeien waren zijn kindertijd. Na zijn opleiding aan de Rijksacademie vestigde hij zich in het nabijgelegen Hattem, vanwaar hij een weids uitzicht had op de IJssel en de uiterwaarden waar zijn eigen kudde graasde. Hij verliet zijn paradijs zijn hele leven nauwelijks meer. Een criticus omschreef zijn werk als 'de klassieke apotheose van het Impressionisme'.







